Dagelijks Woord

  1. vrijdag 26 april 2019 - Romeinen 6:8-9
    Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem. -- Romeinen 6:8-9
  2. donderdag 25 april 2019 - Deuteronomium 10:20
    De HERE, uw God, zult gij vrezen, Hem zult gij dienen, Hem aanhangen en bij zijn naam zweren. Hij is uw lof en Hij is uw God, die onder u deze grote en vreselijke dingen gedaan heeft, welke uw ogen gezien hebben. -- Deuteronomium 10:20
  3. woensdag 24 april 2019 - Openbaring 3:12
    Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam. -- Openbaring 3:12
  4. dinsdag 23 april 2019 - 2 Petrus 3:17-18
    Geliefden, daar gij het nu van tevoren weet, weest op uw hoede, dat gij niet, door de dwaling der zedelozen medegesleept, afvalt van uw eigen standvastigheid; maar wast op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag der eeuwigheid. -- 2 Petrus 3:17-18
  5. maandag 22 april 2019 - 1 Johannes 2:25
    En dit is de belofte, die Hij zelf ons beloofd heeft: het eeuwige leven. -- 1 Johannes 2:25
  6. zondag 21 april 2019 - Handelingen 2:24
    God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden. -- Handelingen 2:24
  7. zaterdag 20 april 2019 - Jesaja 53:4-5
    Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden. -- Jesaja 53:4-5